Novartis wereldwijd | contact | help

 
 

Welkom bij Novartis Oncology Nederland

 

 

 

Chronische Myeloïde Leukemie

 

 

Wat is Chronische Myeloïde Leukemie? 

Leukemie is een bloedziekte met een overproductie van witte bloedcellen en wordt veroorzaakt door een ontregelde groei van verschillende soorten witte bloedcellen. Afhankelijk van het soort bloedcel dat de ziekte veroorzaakt, wordt gesproken over lymfatische of myeloïde leukemie. Daarnaast wordt ook een onderscheid gemaakt in acute en chronische leukemie. Chronische myeloïde leukemie (CML) is één van de vier hoofdvormen van leukemie. CML wordt veroorzaakt door een ontregeling van de groei in bepaalde typen witte bloedcellen.

 

 

Wat is de oorzaak van Chronische Myeloïde Leukemie? 

Bij 95% van de patiënten met CML wordt een abnormaal chromosoom gevonden, het Philadelphia chromosoom. Dit chromosoom ontstaat doordat een stukje van chromosoom 9 van plaats is gewisseld met een stukje van chromosoom 22. Zowel op chromosoom 9 als op chromosoom 22 breekt het chromosoom midden in een stukje DNA dat informatie bevat over een erfelijke eigenschap (gen). Op chromosoom 9 is dat het abl-gen en op chromosoom 22 is dat het bcr-gen. Door de verwisseling worden twee stukjes van verschillende genen aan elkaar gekoppeld. Dit zogenaamde ‘bcr-abl’ gen ligt op chromosoom 22. Hierdoor wordt een afwijkend eiwit aangemaakt, dat het BCR-ABL eiwit genoemd wordt. Het BCR-ABL eiwit blijkt als een bepaald soort enzym te werken, een tyrosine kinase, en verantwoordelijk te zijn voor de sterke groei en abnormale ontwikkeling van witte bloedcellen in CML. Zowel het Philadelphia chromosoom als het bcr-abl gen zijn met verschillende technieken aan te tonen.

 

 

Welke symptomen komen voor bij Chronische Myeloïde Leukemie? 



Welke symptomen voorkomen bij CML hangt af van de fase van de ziekte. U kunt hierover verder lezen onder het kopje "Hoe verloopt CML".

 

 

Hoe verloopt Chronische Myeloïde Leukemie? 

Per jaar wordt bij ongeveer 200 nieuwe patiënten CML geconstateerd in Nederland. De diagnose CML wordt gemiddeld op een leeftijd tussen de 40 en 60 jaar gesteld. CML komt iets vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Er zijn verschillende fasen te onderscheiden in het verloop van de ziekte.

Chronische fase
Tijdens de chronische fase is de milt vergroot en wordt een verhoogde hoeveelheid witte bloedcellen en soms ook een verhoogde hoeveelheid bloedplaatjes gevonden. Vaak hebben patiënten geen specifieke klachten tijdens deze fase. Klachten die in de chronische fase op kunnen treden zijn bloedarmoede, moeheid, pijn in de linkerbovenbuik en gewichtsverlies. Soms wordt de ziekte per toeval ontdekt. De duur van de chronische fase kan variëren, maar is in het algemeen, indien onbehandeld, 5-6 jaar.
 
Acceleratiefase
De chronische fase wordt gevolgd door een overgangsfase, die de acceleratiefase wordt genoemd. In deze fase stijgt het aantal witte bloedcellen sterk en worden steeds meer onrijpe witte bloedcellen (blasten) in de circulatie gevonden. De toename van het aantal blasten wordt veroorzaakt doordat voorlopercellen (stamcellen) in het beenmerg het vermogen hebben verloren uit te groeien tot functionele witte bloedcellen. Het percentage blasten neemt vervolgens steeds verder toe. De acceleratiefase duurt, indien onbehandeld, gemiddeld zo´n 6-12 maanden.

Blastencrisis
Wanneer meer dan 30% blasten in het bloed gevonden wordt, spreekt men van een blastencrisis. De prognose voor patiënten met CML in de blastencrisis is slecht. Zonder behandeling is de overleving van een patiënt in een blastencrisis gemiddeld minder dan 5 maanden.

 

 

Hoe wordt Chronische Myeloïde Leukemie behandeld? 

CML kan alleen door een beenmerg- of stamceltransplantatie worden genezen. Veel patiënten met CML komen echter niet in aanmerking voor een beenmerg- of stamceltransplantatie. CML wordt in enkele gevallen nog behandeld met medicijnen zoals interferon-alfa, hydroxycarbamide of busulfan. Deze stoffen kunnen het leven van een patiënt met CML verlengen, maar genezen de ziekte niet.

De afgelopen jaren zijn er nieuwe medicijnen beschikbaar gekomen. In 2001 is imatinib mesylaat (Glivec) op de Nederlandse markt gekomen en in 2007 dasatinib (Sprycel). Dit is geregistreerd voor patiënten die intolerant zijn voor of resistent zijn tegen een imatinib therapie. Sinds december 2010 is dasatinib ook geregistreerd voor patiënten die nog niet eerder behandeld zijn met andere geneesmiddelen voor CML. Sinds 2008 is nilotinib (Tasigna) beschikbaar. Dit is tevens geregistreerd voor patiënten die intolerant zijn voor of resistent zijn tegen een imatinib therapie. Sinds december 2010 is nilotinib ook geregistreerd voor patiënten die nog niet eerder behandeld zijn met andere geneesmiddelen voor CML.

Beenmerg- of stamceltransplantatie
Een beenmerg- of stamceltransplantatie geeft tot nu toe als enige behandeling kans op genezing. Maar door de vervolgmedicijnen en de kans op afstoting, infectie en mogelijkheid tot terugkomst van de ziekte is deze vorm van behandeling alleen aan te raden indien Glivec, Tasigna en Sprycel onvoldoende effect laten zien.

Busulfan
Busulfan (Myleran®) is een cytostaticum en is het oudste medicijn, dat gebruikt wordt voor de behandeling van CML. Het middel kent helaas veel bijwerkingen, vooral op de langere termijn en wordt tegenwoordig niet meer gebruikt.

Dasatinib
Dasatinib (Sprycel®) is een middel dat gebruikt kan worden bij patiënten die niet meer reageren op imatinib of de bijwerkingen hiervan niet meer kunnen verdragen. Sinds december 2010 is dasatinib ook geregistreerd voor patiënten die nog niet eerder behandeld zijn met andere geneesmiddelen voor CML.

Hydroxycarbamide
Hydroxycarbamide (Hydrea®) is een cytostaticum, dat hoge celaantallen snel naar beneden kan brengen. Patiënten, bij wie net CML vastgesteld is, hebben vaak zeer hoge celaantallen. Hydroxycarbamide kan dan gebruikt worden om deze snel omlaag te brengen, waarna behandeling met Glivec eventueel kan starten. Het middel kent weinig bijwerkingen, maar kan niet voor langdurige behandeling van net ontdekte CML gebruikt worden, omdat het aantal cellen met het Philadelphia chromosoom vrijwel niet wordt beïnvloed.

Imatinib
Imatinib (Glivec®) is een middel, dat kan worden toegepast bij patiënten bij wie voor het eerst CML is gediagnosticeerd.

Interferon-alfa
Interferon-alfa (Intron A®, Roferon®) is een lichaamseigen stof, die de ongeremde celdeling, die bij CML optreedt, sterk kan remmen. Behandeling met interferon kan leiden tot een sterke vermindering van het aantal abnormale cellen. In sommige gevallen treedt een normalisatie op van het bloed, waarbij cellen met het Philadelphia chromosoom niet meer aantoonbaar zijn.  Helaas leidt behandeling met interferon-alfa vaak tot bijwerkingen zoals koorts, vermoeidheid, hoofdpijn en spierpijn.

Nilotinib
Nilotinib (Tasigna®) is een middel dat gebruikt kan worden bij patiënten die niet meer reageren op imatinib of de bijwerkingen hiervan niet meer kunnen verdragen. Sinds december 2010 is nilotinib ook geregistreerd voor patiënten die nog niet eerder behandeld zijn met andere geneesmiddelen voor CML.

Naast bovengenoemde indicatie is imatinib geregistreerd voor de behandeling van de volgende aandoeningen:

  • Philadelphia chromosoom-positieve Acute Lymfatische Leukemie (Ph+ ALL):
    • volwassen patiënten met nieuw gediagnosticeerde Philadelphia chromosoom positieve acute lymfoblastaire leukemie (Ph+ ALL) geïntegreerd met chemotherapie.
    • volwassen patiënten met recidiverende of refractaire Ph+ ALL als monotherapie.
  • Hypereosinofiel syndroom (HES) of Chronische Eosinofiele Leukemie (CEL):
    • volwassen patiënten met refractaire hypereosinofiel syndroom (HES) en/of chronische eosinofiele leukemie (CEL) met FIP1L1-PDGFRa herschikking of met onbekende mutatie status.
  • Myeloproliferatieve ziekten (MPD)/Myelodysplastisch Syndroom (MDS):
    • volwassen patiënten met myelodysplastische/myeloproliferatieve ziekten (MDS/MPD) geassocieerd met herschikkingen van het platelet-derived growth factor receptor (PDGFR) gen.
  • Dermatofibrosarcoma protuberans (DFSP):
    • volwassen patiënten met niet-reseceerbare dermatofibrosarcoma protuberans (DFSP) en volwassen patiënten met terugkerende en/of gemetastaseerde DFSP die niet in aanmerking komen voor chirurgie.
  • Gastrointestinale stromale tumor (GIST):
    • volwassen patiënten met Kit (CD 117) positieve niet-reseceerbare en/of gemetastaseerde maligne gastrointestinale stromale tumoren (GIST).
    • de adjuvante behandeling van volwassen patiënten die een significant risico hebben op recidief na resectie van Kit (CD117)-positieve GIST. Patiënten met een laag of zeer laag risico op recidief dienen geen adjuvante behandeling te krijgen.

 

 

 

Meer informatie 

Heeft u vragen over de tekst op deze pagina, stuur dan een email naar mid-oncology.nlar@novartis.com

Voor meer informatie of lotgenotencontact kunt u ook terecht bij de volgende organisaties:

Stichting Contactgroep Leukemie
p/a NFK
Postbus 8152
3503 RD Utrecht
Algemeen: 030-2916090
Lotgenotencontact: 0800 - 0226622
email: secretariaat@leukemie.nfk.nl
internet: www.leukemie.nfk.nl

KWF Kankerbestrijding
Postbus 75508
1070 AM Amsterdam
KWF infolijn (gratis): 0800-0226622 (09.00-12.30 en 13.30-17.00)
Internet: www.kankerbestrijding.nl

Vereniging Ouders, Kinderen en Kanker (VOKK)
Schouwstede 2d, 3431 JB Nieuwegein
Tel: 030-242 29 44
Email: bureau@vokk.nl
Internet: www.vokk.nl

Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenverenigingen (NFK)
Postbus 8152
3503 RD Utrecht
Tel: 030-2916090
email: secretariaat@nfk.nl
internet: www.kankerpatient.nl & www.nfk.nl

 

Corporate Citizenship bij Novartis.

Jaarverslag 2012